Mooie voornemens

Published on Author HansLeave a comment

Het doornemen van de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen is sowieso al een vier-jaarlijks corvee, maar van het doorlezen van de paragrafen over energie en het Verdrag van Parijs word ik bepaald depressief: ben ik nou gek of zijn zij het?
Van sommige partijen zijn zelfs de voornemens al een aanfluiting – die laat ik nu maar links (of liever: rechts) liggen. Sommige partijen hebben mooie voornemens maar hoe de door hen zo gewenste ‘energie-transitie’ bereikt moeten worden blijft vaag. De plannen zijn in mijn ogen zó onrealistisch dat ik er weinig anders in kan zien dan een manier om kiezers te trekken. Nu kun je dat natuurlijk wel verdedigen: áls die partijen daardoor stemmen winnen, dan kun je dat achteraf zien als een aanwijzing dat tenminste een flink deel van de Nederlanders vindt dat er dingen moeten veranderen, dat we de groene kant op moeten. Maar ik ben niet voor zulk ‘kiezersbedrog’: het is paternalistisch, het ondermijnt het vertrouwen in de politiek en vroeg of laat krijgt men de rekening gepresenteerd.

Feiten over elektriciteit

Laat ik me nou even beperken tot de opwekking van elektriciteit, volgens het CBS de sector waarin véruit de meeste winst wordt geboekt m.b.t. duurzame energie. Aan de ene kant is daar enig succes te melden: na het grootste verbruik ooit in 2010 zette een daling in; vrij fors totaan 2012 en sindsdien mondjesmaat; we zitten nu weer ongeveer op het verbruik van 2006. Het uitrangeren van de gloeilamp en de invoering van het ‘energie-label’ voor elektrische apparaten zullen daar wel wat mee te maken hebben.

Maar met alle stampij over windmolens en zonnecellen lijkt het me wél zaak om onder ogen te zien waar die elektriciteit vandaan komt. “Het aandeel fossiele brandstoffen daalde licht” schrijft het CBS (https://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/D694C055-66E0-49D4-A0EA-7F9C07E3861E/0/2015elektriciteitinnederland.pdf ). De website groeneruimte.nl meldt: “Productie groene stroom in 2016 met 15% gestegen door groei windmolenpark” en “bijna 13% van het totale elektriciteitsverbruik werd in 2016 duurzaam opgewekt, een jaar eerder was dat nog 11%.” (https://www.groeneruimte.nl/nieuws/artikel.html?id=189476 ) Wél een beetje suggestief als je er niet bij vertelt dat dit percentage in 2013 op 12% lag.

Het gaat dus wel héél langzaam en met ups en downs. De bouw van windmolens bijvoorbeeld stagneerde gedurende diverse periodes (laatstelijk 2012-2014).
Het CBS laat dan ook (okt. 2016) weten dat de doelstelling die de Nederlandse regering bij de Europese Commissie neerlegde om in 2020 14% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen te halen niet gehaald gaat worden. Maar misschien is de doelstelling ‘16% in 2023’ nog wél haalbaar. (https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/41/nev-2016-laat-zien-doel-hernieuwbare-energie-in-zicht ).

Vermeldenswaard lijkt me voorts nog:

  • Bij de ‘enigszins hoopgevende’ projectie van het CBS is een belangrijke rol weggelegd voor bio-brandstoffen (zeg maar: hout) dat in kolencentrales wordt bij-gestookt;
  • Het aandeel van gas bij de productie neemt toe; dat van steenkool neemt af. De verhouding verandert per jaar maar is zo’n beetje 3:1. (Waarbij terzijde opgemerkt dat het aandeel van steenkool voor de totale energieproductie nog steeds toeneeemt. Maar ik wil het hier nu even specifiek over elektriciteit hebben.)

100% duurzaam opgewekte elektriciteit

Hoe we ook ons best gaan doen, we zijn in de komende 20 jaar nog lang niet af van de fossiele brandstoffen. Nog maar zo’n 6% van ons totale verbruik komt (eind 2014) uit duurzame bron, zegt het CBS. Voor de productie van elektriciteit ligt het aandeel hoger; misschien is 16% voor 2023 nog haalbaar maar zelfs bij de meest optimistische groeicijfers kom je in 2040 nog bijlange niet boven de 50%.

En in dat getal zitten dan al aannames en wissels op toekomstige technologische ontwikkelingen. Met de huidige technologieën mag het aandeel van wind- en zonne-energie niet hoger dan 40% zijn, anders komt de continuïteit van de productie in gevaar. Willen we hoger komen, dan zijn nieuwe technologieën nodig om energie tijdelijk op te slaan.
Maar die technieken liggen op dit moment nog in de couveuse en het is niet zeker dat ze het zullen halen.

Voor de komende 20 jaar moeten we er m.i. mee rekenen dat onze elektriciteit voor zo’n 82% (nu) en 65% (dan) komt uit fossiele brandstoffen. Met name gas, dus.

Politieke plannen

De min-of-meer ‘groene’ partijen (Groenlinks, SP, D66, Partij voor de Dieren, PvdA, ChristenUnie) zetten grootscheeps in op elektriciteit en de verduurzaming daarvan.

  • De elektrische auto wordt gepropageerd als het meest milieu-vriendelijke vervoersmiddel.
  • In nieuwbouwwijken moeten geen gasleidingen meer aangelegd worden.

Het streven van ‘de groenen’ is dus dat we véél méér elektriciteit gaan verbruiken. Maar waarmee gaan we die elektriciteit opwekken? Ik lees:

  • De subsidie aan kolencentrales om bio-brandstof te stoken moet per direct stoppen;
  • Kolencentrales moeten z.s.m. dicht (uiterlijk 2020 zegt Groenlinks);
  • We moeten minder gas oppompen uit Groningen;
  • We moeten minder afhankelijk worden van import uit Rusland.

Heel mooi, maar dan wel één vraagje: waar denken jullie die elektriciteit dan wél mee op te wekken? Geen partij die er duidelijk over is.

Nederland ontwikkelingland

Het totaal-plaatje voor álle energie ziet er nog treuriger uit: alleen Luxemburg en Malta doen het binnen de EEG qua duurzame energie nog slechter dan Nederland. De route is uitgezet in het ‘klimaat-accoord’ waar alle politieke partijen (op één na, natuurlijk) achter staan. Maar dat accoord blijkt keer op keer ontoereikend: de doelen worden niet gehaald, ‘aanvullende afspraken’ blijken nodig. Verrassend is dat niet: onafhankelijke deskundigen en zélfs het Energie Centrum Nederland waarschuwen steeds maar weer dat het niet genoeg is. De nota Energietrends 2016 (https://www.ecn.nl/publicaties/PdfFetch.aspx?nr=ECN-O–16-031 ) staat tot vervelens toe vól met termen als “grote uitdaging” en “het zal moeilijk worden” en om de andere zin staat er een woord uit het rijtje ‘wellicht, misschien, mogelijk’.

Het Verdrag van Parijs stipuleert dat uiterlijk in 2018 de ondertekenaars geëvalueerd zullen worden op de effectiviteit van de maatregelen die ze getroffen hebben. We kunnen ons er nú al op voorbereiden dat Nederland aan de schandpaal genageld zal worden: we gaan die doelstellingen niet halen, van geen kant.

Draagvlak

Waar iedereen het wél over eens is: er moet draagvlak zijn.

Draagvlak! Het toverwoord waarmee je in debatten álle goede voornemens van je tegenstander in de kiem kunt smoren. “U zegt dat nou wel, maar we moeten niet vóór de troepen uit gaan lopen; er moet wél draagvlak voor zijn!” roep je dan en laat dan de zaken op z’n beloop.
In geen enkel programma lees ik iets over de manier waarop dat draagvlak dan gecreëerd moet worden. Áls het al ‘gecreëerd’ moet worden, want een dikke meerderheid van de Nederlanders is al vóór verduurzaming van de economie en realiseert zich al dat er ‘dingen moeten veranderen’.

Maar dat is natuurlijk nog wel iets anders dan mensen meekrijgen voor bepaalde specifieke maatregelen. Wat dát betreft ben ik echt teleurgesteld: bij geen enkele politieke partij vind ik een enigszins realistische visie op de verduurzaming van de energievoorziening in Nederland. Zoiets als een ‘haalbaar plan’ waar je mensen voor méé kunt krijgen.

In plaats daarvan lees ik kennelijk door partij-politieke overwegingen ingegeven kreten die haaks op elkaar en op het nergie-accoord staan. Bijvoorbeeld: de verbranding van bio-massa is een belangrijke factor om nog enigszins aan de doelstellingen te voldoen. Dat staat dus haaks op het voornemen om de subsidies daarvoor te beëindigen en om kolencentrales per 2020 te sluiten. (Terzijde: ook het streven om de schadelijke effecten van de verbranding van kolen, die nog steeds toeneemt, zoveel mogelijk te beperken staat haaks op het plan om kolen-centrales nú te gaan sluiten.) Minder gas oppompen in Groningen staat haaks op het voornemen om minder te importeren uit Rusland. Enzovoorts.

Het ECN weet het langzamerhand óók niet meer: “De minister heeft besloten de winning [van Gronings aardgas] verder terug te schroeven. […] Het roept de vraag op hoe we met een lagere gaswinning om moeten gaan.” (https://www.ecn.nl/publicaties/PdfFetch.aspx?nr=ECN-O–16-031 ) Ja, inderdaad, goeie vraag! Wat zeggen de partijprogramma’s? Niets.

Leg nou om te binnen de keuzes eerlijk op tafel, zou ik willen bepleiten.

Hans

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *