Meer, steeds méér

Published on Author HansLeave a comment

De Boedda leerde dat alles zal toekomen aan degene die geduldig afwacht. Ik denk niet dat hij daarbij aan global warming dacht; ik betwijfel of geduldig afwachten hier de beste houding is. Ik ben in elk geval zeer ongeduldig. Natuurlijk ontken ik niet dat er veel gebeurt. Kijk op de website waar Ed Nijpels over gaat ( https://www.energieakkoordser.nl/~/media/files/energieakkoord/publiciteit/voortgangsrapportage-2017.ashx) en je vind daar van alles aan projecten. Echter, mijn ongeduld komt er vooral uit voort dat de realisatie dat we er op deze manier niet gaan komen zo lang op zich laat wachten. Terwijl het toch zo duidelijk is.

Eindelijk zie ik nu wat hoopgevende tekenen. In mijn favoriete radioprogramma, Vroege Vogels op zondagmorgen, komt steeds vaker het conflict aan de orde tussen enerzijds opwekken van duurzame energie m.b.v. windmolens en zonnepanelen en anderzijds natuurbehoud en milieu doelstellingen. Ook vanmorgen, in het interview met de Lands-architect kwam dat weer naar voren: alles volplempen met windmolens en zonnepanelen vernietigt het landschap; vernietigt de habitat van vogels en talloze andere dieren. Van de regen in de drup, dus. De problemen treden nú al op terwijl we nog maar een schamele 4% van onze energiebehoefte uit duuzame bron halen. Het is al lang duidelijk, ja het is eigenlijk al vanaf het begin (zeg 1971) duidelijk geweest dat dit sowieso niet de hele oplossing kan zijn.
Jan Terlouw, die als politicus al uitzonderlijke moed aan de dag legde, pleitte vijf jaar geleden voor een herwaardering van kernenergie. Ik ben het wel met hem eens, maar denk niet dat we het daarmee redden, zélfs al zou het mogelijk zijn om kernenergie weer acceptabel te maken voor de velen in de wereld die er nu een grondige afkeer van hebben.

Meer energie of minder verbruik

Het Grote Pijnpunt, ‘the elephant in the room’, is dat we nog steeds elk jaar méér energie verbruiken dan in het voorgande jaar. En dat we ons sociaal-economisch systeem zó hebben georganiseerd dat daar nauwelijks een rem op zit. Die groei gaat dus maar door in onze streken en als we de landen die nu nog weinig energie verbruiken niet met militair of economisch geweld kort houden (lees: uithongeren of wegbombarderen) dan zal die groei wereldwijd enorm zijn in de komende decennia.

Lager energieverbruik

Véél teveel ligt de nadruk nu op het opwekken van meer en meer ‘duurzame’ energie; veel te weinig aandacht is er voor het verminderen van de energiebehoefte. Dat is, binnen het huidige bestel, ook logisch. Opwekken van energie is business. Vele ondernemers zijn daarin gesprongen en ik wens ze van harte succes en moeie winstcijfers. Sommige energieleveranciers geven zelfs ‘tips voor energiebesparing’ op hun website, maar dat is een onnatuurlijke rariteit. Campagnes tegen zwaarlijvigheid moet je niet overlaten aan het gilde van banketbakkers, ook al zijn dat nog zulke fatsoenlijke mensen.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor elk ander bedrijf dat materiële producten maakt. Wáárom zou je als onderneming producten maken die 10 jaar mee gaan (of, vreselijke gedachte, zelfs langer) als je ook, en tegen een lagere prijs, producten kunt bieden die 5 jaar meegaan? Er zit geen enkele rem op de gigantische hoeveelheid weggooi-troep die we als consument voorgeschoteld krijgen; ingebouwde veroudering is een geaccepteerd business model. Dat kun je de fabrikanten niet kwalijk nemen; het vloeit simpelweg voort uit de regels die wij in onze wetten en verdragen hebben vastgelegd.

Onze overheden moeten daar iets aan doen; onze wetten moeten veranderen. Dus, uiteindelijk, wij consumenten moeten wijzer worden en bereid zijn om ons huidig economisch bestel op de schop te nemen. Suggesties voor wát er dan in de wetten moet veranderen zijn er te over; lang niet allemaal realistisch natuurlijk, maar sowieso het overdenken waard. Je kunt denken aan detail maatregelen betreffende, bijvoorbeeld, garantietermijn en verplichting om gedurende een flinke termijn vervangende onderdelen beschikbaar te maken tegen redelijke prijzen (d.w.z. prijzen die het repareren van een product aantrekkelijk maken).

Je kunt denken aan meer ingrijpende maatregelen zoals de verplichting van elke fabrikant om het gebruikte/versleten/kapotte product terug te nemen. De fabrikant krijgt dus zijn eigen artikelen retour, op de manier zoals dat nu al gebruikelijk is voor bijvoorbeeld cartridges voor printers. Dit is een enorme stimulans voor fabrikanten om het product zó te maken dat je van kapotte exemplaren met een minimum aan moeite weer iets nieuws kunt maken. Een uitdaging dus ook voor design afdelingen om aan de toekomst te denken. Wie dat het best doet maakt de meeste winst.
In de wereld van de IT is dit model al gemeengoed: je koopt niet een product, je huurt het en betaalt zolang het werkt. Vanzelfsprekend stmuleert dit in hoge mate een duurzame productie.

Praktisch zou zo’n wetgeving nogal wat reorganisatie vergen (we gaan niet onze kapotte stoelen terug sjouwen naar Ikea) maar daar komen we wel uit. Belangrijker is dat het bedrijven dwingt hun business model ingrijpend te herzien en dat geeft sowieso weerstand.
En natuurlijk geeft het grote weerstand bij ons, consumenten: wij zijn gewend zaken te kopen en daar dan eigenaar van te zijn. Het idee dat we producten huren en na gebruik retourneren is een aanslag op onze bezitsdrang.

Maar de belangrijkste barrière is m.i. dat onze definitie van ‘welvaart’ ten diepste is verbonden met energieverbruik: ‘meer productie = meer welvaart = meer geluk voor iedereen’. Er gaat nauwelijks een dag voorbij waarop de media ons niet duidelijk maken dat ‘groei van de economie’ (lees: groei van het energieverbruik) een zegen is; iets waarover we ons dienen te verheugen.
Het is het model van big enterprise waarbij, om maar iets te noemen, vrijwel volledig buiten beschouwing blijft dat er winkels, meubelmakers en reparateurs van elektronica zijn; plaatsen waar handwerk wordt ingezet om de aankoop van weer een nieuw en m.b.v. veel energie en grondstoffen vervaardigd product te voorkomen.

Misschien is dit beroep op ‘handwerk’ wel een oneigenlijk argument, maar het feit blijft dat onze definitie van ‘welvaart’ in de parktijk verbonden blijft met ‘energieverbruik’ en dat we dus nooit kunnen hopen dat energieverbruik terug te dringen zoalng we de definitie van ‘welvaart’ niet veranderen.
Al zo’n twintig jaar geleden ontstond onder economen een heftige discussie over het begrip ‘welvaart’ (zie bijv. het zeer toegankelijke boek ‘Happiness’ van Richard Layard). Het lijkt me hoog tijd dat we een paar feiten onder ogen zien:

  • Méér producuren en consumeren, sneller weggooien en vervangen, geeft op zich geen welvaart; alleen een hoop gedoe;
  • Duurzame producten zijn voor de consument niet alleen goedkoper maar ook gemakkelijker;
  • Ons huidig bestel waarbij ondernemingen, ingevolge hun opdracht, niet anders kunnen doen dan méér produceren en méér energie en grondstoffen verbruiken stuurt aan op mlieurampen en oorlogen.

Hans

PS: Op de website van de ‘borgingscommissie’ https://www.energieakkoordser.nl/ zoek ik tevergeefs naar de gedetailleerde ovezichten per maatregel die in eerdere jaren wél gepubliceerd werden. Wellicht heb ik een nieuwe bril nodig om te zien waar de échte informatie is verstopt achter de nietszeggende propaganda die nu de website beheerst.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *